Arum Friesland

Arumers in de 100-jarige 11stedentocht

ZATERDAG 17 JANUARI 2009

Een terugblik over en met schaatscracks!

 

“Arumers in de 100-jarige schaatselfstedentocht”

Dit jaar (2009) bestaat de vereniging “De Friese Elfsteden” dus 100 jaar. Het is ook een eeuw geleden dat de eerste officiële elfstedentocht werd georganiseerd en verreden. Maar ver daarvoor was het al jaren een traditie om langs de elfsteden te schaatsen als de winterse omstandigheden dit toeliet. De eerste nog op papier bewaard gebleven elfstedentocht dateert uit 1749.
We komen voor het eerst een aantal namen van Arumers tegen, die langs de Elfsteden reden, in de winter van 1890/91 (een hele lange en strenge winter). Deze namen zijn bewaard gebleven omdat de kastelein uit IJlst: Jan Heslinga, de namen van personen noteren die bij hem hebben afgetekend. Dat deed men als bewijs dat men deze, toen nog ongeorganiseerde, tocht had gereden. De volgende Arumers reden die winter de tocht: J. Bouma, J. Jansma, H. Jansma, W. IJpma, Jan Hilles IJpma, S. IJpma en H. v/d Werf.
Ook reed Pim Mulier de nu zo bekende tocht langs de elfsteden. En heeft zich daarna zeer sterk gemaakt om van deze tocht een georganiseerde tocht/ wedstrijd te maken. En met succes. Want in 1909 werd de eerste officiële tocht der tochten verreden. In dat jaar deed er geen Arumer mee. In de tweede in 1912 wel. De toen 19-jarige Arumer Haaye Ypma werd zesde in de wedstrijd. Een fantastische prestatie. Haye werd geboren op 6 april 1892 als tweede zoon van Jan Hilles Ypma (die de tocht dus in 1890 reed). Hij woonde op de boerderij waar nu Wagenaar boert. De Ypma’s waren goede sporters. De oudste zoon Hille was een goede kaatser (kaatste een aantal jaar op het hoogste niveau) en won voor Arum o.a. in 1911 een tweede prijs op de jong Nederlandpartij. Een jongere broer Tjebbe (hij woonde jarenlang in het kleine witte huisje voor Easterburen) was plaatselijk een prima kaatser en schaatser. Hij reed de tocht zeker in 1933. Maar nu terug naar 7 februari 1912. Het weer leek toen roet in het eten te gooien. Want die dag was er dooi, een zuidwestenwind en regenbuien. Het bestuur hield een stemming onder de deelnemers met als uitslag: de tocht gaat door. Haaye vertrok met nog 39 andere wedstrijdrijders en 22 toerrijders. Eerst naar Dokkum want toen werd er nog “om ‘e noord” gereden. Haaye behoorde toen nog verrassend bij de 6 koplopers (samen met Ferwerda, Keizer & de Koning). Terug in Leeuwarden hadden zij maar liefst 4 minuten voorsprong op de nummer 4 en 5. Maar richting Franeker kon hij de uiteindelijke winnaar Coen de Koning niet meer volgen. In Harlingen was zijn achterstand op de koplopers reeds 20 minuten. Maar begon toen aan een indrukwekkende inhaalrace. In Hindeloopen was zijn achterstand geslonken tot slechts een 3 tal minuten. Maar daarna pal in de wind kon Haaye de vier koplopers niet meer volgen. Bij Sloten lag hij alweer 10 minuten achter. Tussen IJlst en Sneek moest hij ook zijn vijfde positie in de wedstrijd ook nog afstaan. In Sneek de laatste stad voor Leeuwarden was zijn achterstand reeds 33 minuten. Door het vele water op het ijs finishte hij uiteindelijk 51 minuten achter de winnaar. In een tijd van 12 uur en 31 minuten werd hij dus zesde. In 1917 had hij waarschijnlijk zeker weer meegedaan. Maar hij emigreerde voor 1917 (waarschijnlijk door grote onenigheid met zijn vader) naar Amerika. Daarna is er nooit weer (voor zover bekend) iets van hem vernomen.

Foto 1 uit foto album! Gedeelte van een foto van het bestuur en deelnemers van de wedstrijd in 1912 met Haaye Ypma (voorste rij derde van rechts)

Een andere Arumer die ook met de wedstrijd heeft meegedaan was Rinze Rinzes Yetsenga. Deze elfsteden crack reeds hem maar liefst 6 maal. En is daarmee de recordhouder onder de Arumers. Zijn eerste elfstedentocht reed hij in 1929. De toen 30 jarige Rinze deed aan de toertocht mee. Het was de laatste tocht tot nu toe die over de Grauwe Kat ging. Dus kwam Rinze bij zijn eigen boerderij (Welgelegen, nu Leo Leeuwen) langs. In 1933 deed hij eveneens aan de toertocht mee, maar in dat jaar besloot hij bij een volgende keer aan de wedstrijd mee te doen, gezien zijn florissante binnenkomst bij de toertocht (3e in klassement). In 1940 heeft hij toch meegedaan aan de toertocht (wat de aanleiding tot dit besluit is niet bekend; waarschijnlijk de weersomstandigheden). Hij kwam tot Bartlehiem (hier werd hij van het ijs gehaald) en kreeg het kruisje. De tocht van 1940 behoort tot één van de zwaarste. (samen met die van 1947 en 1963). De harde wind (windkracht 7 en –7 °C) veranderde sommige gedeelten van het traject in een sneeuwlandschap. Na Franeker werd de toestand echt hopeloos. (men reed in 1940 voor het eerst “om de zuid”) het elfstedenbestuur besloot als finish voor een groot aantal toerrijders het dorp Wier aan te wijzen. Wie Wier haalde kreeg het kruisje. De gestrande rijders die Bartlehiem hadden bereikt werden natuurlijk ook tot de volbrengers gerekend. Ondanks een eerdere finishplek volbrachten slechts 35% van de rijders de toertocht. In 1941 deed Rinze voor het eerst mee aan de wedstrijd. Hij werd 192e in een veld van 570 wedstrijdrijders. Uniek is nog dat er filmbeelden van het traject Harlingen – Bolsward (men reed toen weer om de noord) van deze tocht bewaard zijn gebleven. Filmbeelden waar Rinze Yetsenga even poseert in het “koek en zopie tentje” in Arum en vervolgens verder rijd. In 1942 doet hij weer eveneens de wedstrijdtocht. “De Elfstedentocht van 1942 was voor hem heel bijzonder”. Vertelt Rinze’s zoon Pieter Yetsenga. “Zijn oomzegger Gerben Sonderman uit Amsterdam (destijds vliegenier van het koninklijk huis; lid van de kernploeg van de KNSB) zou samen met hem de wedstrijd rijden. Ze hadden afgesproken elk hun eigen tempo te rijden. Gerben Sonderman was tussen Leeuwarden en Sneek al heel gauw uit het zicht verdwenen, maar zat in Sloten helemaal kapot op de stro-pakken. “Kom maar achter omke oan, jong!” Bij Stavoren was Gerben weer uit het dal vandaan geklommen en ging er als een haas vandoor, maar in Bolsward zat hij er opnieuw helemaal doorheen. Toen stelde heit voor om de tocht verder samen te volbrengen. Na het foerageren op It Krúswetter in Arum reden ze naar Leeuwarden en finishten respectievelijk als de nummers 301 en 303 (van de 970). In deze koudste (het was gemiddeld -15°C) elfstedentocht.”

Foto 2: Rinze Rinzes Yetsenga een dag voor de tocht van 1941

Een andere begenadigde schaatser die in de oorlogjaren aan de toertocht meedeed was Fedde Scheltema, hij reed de tochten van 1940 en 1942. In 1929 was hij de enige Arumer die meedeed aan de zogenaamde “Tolhuster-elfstedentocht”. Omdat de winter van 1929 zolang duurde werd er een tweede (niet officiele) elfstedentocht dat jaar georganiseerd (op 28 februari) door een aantal Leeuwarder kasteleins. De start was in herberg het Tolhuis te Leeuwarden.

In 1947 reed Rinze Yetsenga zijn zesde Elfstedentocht. Ook in 1947 werd het een zware tocht. Met gemiddeld windkracht 7, een temperatuur van -9°C en een slechte ijsvloer finishten slechts 14% van de gestarte toerrijders. In 1954 besloot de toen 55-jarige Rinze, niet mee te doen vanwege de slechte weersverwachting. Op de dag zelf, 3 februari, was het onverwacht stralend mooi weer.
“Ik herinner mij” vervolgd zoon Pieter: “Heit hie de hiele dei in sin as in barch! Thús wie hy net te brûken ! Nadat de wedstrijdrijders it krúswetter in Arum waren gepasseerd schaatsten we samen terug naar “Welgelegen”, waar mijn moeder hem vervolgens die dag nog talloze keren naar it Krúswetter stuurde. Steeds kwam hij weer thuis, omdat hij het niet kon aanzien, maar thuis liep hij met de ziel onder de arm.” Rinze Yetsenga was een echte sportman naast het schaatsen was hij tweevoudig PC-winnaar, noordelijk kampioen biljarten. In 1973 overleed hij.
Ook andere Arumer schaatsfanaten besloten op grond van de weersverwachting de tocht in 1954 niet te rijden. Onder hen o.a. de “freonen” Bauke Brouwer en Rients Feenstra. Deze elfsteden bedwingers hadden de tochten van ’33, ’41 en ’42 als toerrijder reeds gereden. Voor zover bekend heeft alleen Ide Goinga als Arumer de tocht van ’54 gereden. Ook hij reed de tocht al twee keer eerder n.l.: in 1941 en 1942. Waarschijnlijk toen met Tjeerd Epema.

Gelukkig kwam er voor de Arumers, die in 1954 thuis waren gebleven, twee jaar later een herkansing!

In 1956 reden een tiental Arumers de tocht der tochten. Waaronder Bouke Brouwer en Rients Feenstra. Zij reden de tocht voor de vierde maal. Hadden ze die van 1954 ook nog gereden, dan kwamen ze namelijk in aanmerking voor het gouden kruisje (deze werd toen nog na vijf uitgereden tochten uitgereikt). “Myn heit ride de tocht, sa fertelde hij altyd op in bûse fol rezinen. En yn Arum krigen se in kop bouillon, mear net”. Zo verhaalt Jan Brouwer (zoon van Bouke) die zo zijn twijfels heeft over deze uitspraken. De toen 23 jarige Oane van der Meer reed hem ook. Hij had weinig getraind. Alleen de zondags voor de tocht had hij nog een redelijk aantal kilometers gereden. Oane startte ’s morgens om 6 uur en kwam om 6 uur ’s avonds aan. “Yn Wytmarsum (daar woonde Oane toen) ha we te lang oan de earte sitten. No dat ha ik witten. Ik ha oant Harns ta nedich han om wer op gang te kommen”. Jappie Reinsma startte met een vijftal andere Arumers. (Corry Westra, Jan Bruining, Siem en Folkert Bruinsma en Douwe Tichgelaar) “Yn Snits ha we in oere wachtsje matten. Jan Bruining hie materiaalpech. Syn redens (houtsjes) wine stikken. Letter op de mar bei Sleat wer. Oars hinne folle earder oan wêze kinnen.” verteld Jappie. Hij stond in de barre tocht van 1963 ook aan de start. Samen met “omkesizzer” Evert Nadema startten ze in de laatste groep. Om 1 uur ‘s middags waren ze pas in Woudsend. En besloten te stoppen en de bus richting Arum te nemen. In Witmarsum stapten ze uit en bonden de schaatsen onder en reden naar Arum. De Arumers keken verbaast, toen beide mannen het Krúswetter opreden, en riepen in koor “Binne jim der no al. Dat wie in moaie grap” lacht Jappie.

Foto 3: v.l.n.r. Bouke Brouwer, Rients Feenstra en Douwe Tigchelaar op it krúswetter in 1946.

Ook de oud-Arumer Wieger van der Weerd (zoon van Willem en Maartje) reed de tocht in 1956 en 1963. Uit Delftse (daar woonde Wieger ten tijde van de tochten) krantenartikelen toegezonden door zoon Marco (uit De Lier) blijkt dat de tocht in 1963 een hele zware was. Hij reed de tocht met vier plaatsgenoten waaronder de bekende wielrenner Jan Jansen en diens broer Ger. “De tocht was meer een cross. Beurtelings lopen, klimmen en schaatsen. Soms was de schaatsbreedte niet meer dan een meter en vooral de sterke wind gaf veel hinder.” Verteld Wieger van der Weerd in het krantenartikel. Om vijf uur moest men in Franeker zijn. Zij kwamen om half vijf in Harlingen aan. Zij wisten dat Franeker niet meer binnen de gestelde tijd zou worden gehaald. En werden van het ijs gehaald. Ze hadden toen 127 km de rug in acht uur tijd. Zodat het gemiddelde 16 km per uur was geweest. Men voelde zich erg teleurgesteld. Wieger hield van deze tocht een bevroren linkeroog over.
Jarich Goinga en Lammert Hilarides kwamen in 1963 heel ver. Pas bij “Froubuurt” (Vrouwenparochie) werden ze van het IJs gehaald. Gelukkig konden ze beide de tochten in 1985 en 1986 wel volbrengen. Lammert reed de tocht in 1997 ook. Zijn zoon Herman (hij is tevens schoonzoon van Jarich) reed hem toen ook. Het blijkt namelijk dat het rijden van een elfstedentocht vaak van vader op zoon gaat. Jarich’s vader Ide reed immers ook drie maal de tocht. Dit geldt ook voor Germ Epema. Zijn vader Tjeerd reed hem net als Germ drie maal. De eerste reed Germ in 1985. “Ik wit noch presiis myn startnûmer: 170053”. Reactie uit de Skille (1985) van de toen 33-jarige. “It wie ien fan’e moaiste dagen út myn libben, dy’t ik foar gjin goud misse wollen hie, de Blikfeart by tsjuster is mei oare wurden ‘in hel’, ik fleach oer’e harses oer in pak strie, ik tocht alle bonken bin stikken, mat it foel ta, en wy foelen oer beamtakken, foar é finish tocht ik, noch efkes pisje, no dat ha’k witten, it duorre wol in ketier, ik tocht it hâldt noait wer op al it drinken moast derút”. Na 1986 reed Germ ook de tocht van 1997. Hij finishte toen twee minuten voor twaalf uur. “Ik wie krekt op tiid. Mar wat wer in prachtige tocht, foaral Dokkum. It wie kret as riden je der in feesttinte binnen. Mar de Blikfeart wie wer in ramp. Ik foel wol tsien kear. Mar ja, wie schaatst kan de val verwachten”.
Auke Kaatstra reed de tocht in 1985. “At ik der wer oan werom tink, dan wie it gekke wurk. Seker op ít lest yn it donker, it wie der bei ek noch mistich. Dus do seachst niks. It is in wûnder dat der op de Dokkumer Ee (rijders komen elkaar daar tegen) net mear ûngelokken bard binne”. De toen 23-jarige Auke’s reactie in Skille van april 1985: “Wy ha wol oardel oere klúnd mar fierder foun’k it in pracht tocht en yn Frentsjer krige ik de kalde rillings oer’e lea fan’t publyk”. Dat is natuurlijk een heel verschil met de vroegere tochten. Het is tegenwoordig een fantastisch massaal sfeer evenement.
Lolke Buma (oud-Arumer, woont thans in Witmarsum) reed hem ook drie maal n.l.:’85, ‘86’en in 1997. In 1963 stapte hij in zijn toenmalige woonplaats Schettens af.
In 1986 reed Jetze Kalma de tocht met een tweeërlei gedachten. Een citaat van Jetze in de april Skille van 1986 over zijn meerijden: “Ik krige grien ljocht fan ús mem en der wie’k och sa bliid mei, want jim moat witte dat us heit Johannes Kornelis Kalma yn 1942 mei beferzen teannen oankommen is en oan ‘e gefolgen derfan stoarn is. In dat jaar overleden drie schaatsers aan de gevolgen van bevroren tenen en de daarbij komende infecties.
Doekle Bruinsma reed de laatste drie tochten ook. Zo vader, zo zoon gaat bij Doekle zeker op. Want zijn Pake Siebe (1941 of 1942) en vader Siem (1954) reden de tocht reeds. “Ik ha faak heare moatten dat de tochten fan ’85 en ’86 in makje wiene. Derom bin ik blij dat ik de tocht fan ’97 ek riden ha. Want dat wie wer in echten”.

Hieronder vindt u een lijst met Arumers die de 11 elfstedentocht schaatsten. Om de lijst niet te uitgebreid te maken staan alleen de personen vermeld die ten tijde van een elfstedentocht in Arum woonden of nu in Arum wonen. Met daarachter het jaartal van de gereden tocht(en)
Piet Anema (’56), Rintje Boersma (’56), Bauke Brouwer (’33, ‘41’, ’42 & ’56), Hilbrand Brouwer (’85), Jan Bruining (’56), Siebe Bruinsma (’41 of ‘42) Siem Bruinsma (’56), Folkert Bruinsma (’56), Doekele Bruinsma (’85, ’86 & ’97), Lolke Buma (’85, ’86 & ’97) Tjeerd Epema (’41, ’42 & ’54), Germ Epema (’85, ’86 & ’97) Rients Feenstra (’33, ‘41’, ’42 & ’56), Ide Goinga (’41, ’42 & ’54), Jarich Goinga (’85 & ’86), Lammert Hilarides (’85, ’86 & ’97), Herman Hilarides (’97), Auke Kaastra (’85), Jetze Kalma (’86), Luitzen Nadema (’86 & ’97), Germ Okkinga (’97), Arie Pietersma (’86), Durk Pollema (’86), Jappie Reinsma (’56), Fedde Scheltema (’40 & ’42), Wiebe Terpstra (’85 & ’86), Douwe Tighelaar (’56), Pieter Tolsma (’97), Oane van der Meer (’56) Jan Vijver (’85, ’86 & ’97), Corry Westra (’56 & ‘86), Piet Westra (’85), Rinze R. Yetsenga (’29, ’33, ’40, ‘41, ’42 & ’47), Haaye IJpma (’12) en Tjebbe IJpma (’33).

Foto 4: Reinier Paping (links op de foto) krijgt vlak bij de “brakke pijp” warme chocolademelk aangeboden.(1963)
De foto's staan in het album "schaaten". Wellicht komen er nog wat foto's bij.

 

13599 keer bekeken | 6 reacties | Reageren?
 

Reacties

wieger van der weerd

zaterdag 14 februari 2009 om 11:44 uur

Hallo,
Ik ben wieger van der weerd, zoon van de oud Arumers Lolke en Hinke van der Weerd. Er staat een slordige fout in het artikel.
Mijn neef Wieger van der weerd uit Delft (zoon van Willem en Maartje) is niet overleden hij wordt volgend jaar september bij gezondheid 80 jaar. Mijn neef Wieger van der Weerd (zoon van Lourens en Rimke) is in januari 2005 overleden. Mijn neef Wieger van der Weerd (zoon van Johannes Hinke) is in oktober 2005 overleden.
Ja, met al die Wiegers is het ook wel verwarrend.
Maar ik hoop dat u het artikel aanpast.
Groeten Wieger van der Weerd Wieringerwaard.

George Visser

vrijdag 2 december 2011 om 09:11 uur

Ik hef un los dekseltsie met mooi houtsnijwerk. Achter op staat met un mooi hanskrift skreven:
P. Yetsenga sr. Ut sil su ongeveer fan omstreeks 1900 datere.
Kin dit un bekende Arumer weze?
George
fan Terschelling

qwer

donderdag 26 april 2012 om 11:09 uur

qwre

fdsf

donderdag 26 april 2012 om 11:10 uur

asdf

folkert bruinsma

woensdag 25 december 2013 om 18:10 uur

Hallo vandaag bij mijn ouders geweest al waar ik de kruisjes van mijn pake Folkert Bruinsma uit Arum heb bewonderd. Hij heeft ook die van 1947 gereden. Het kruisje heb ik vandaag gezien.

M.v.g. Folkert Bruinsma, kleinzoon van boven genoemde.

sannole

maandag 21 november 2022 om 07:22 uur

It took me a while to find the artist <a href=https://lasix.autos/>lasix for dogs</a> Clinicians, patients, and policy makers are right to feel a sense of urgency

Reageer ook

Naam *
E-mail
Reactie *
 
Code *
Vul bovenstaande code in om het bericht toe te voegen.
 

Terug naar boven



Links



Yn omkriten